Vuur in de Tuinen van Cyaan (1)

2-12-2011

Inleiding: Qu’Mar Ti-jin is op weg van de karavaan der Lege Plaatsen, waar hij tijdelijk de functie van Qu vervult, naar Onze Wereld. Hij komt een serie trainingen geven tijdens Fanatic in Zwolle op zaterdag 3 december. Maar voor dat hij bij ons is, moet hij de paden der werelden af lopen. Als tussenstop gaat hij naar Varhaj, naar de Tuinen van Cyaan (zie ook het verhaal Cyaan onder een magenta maan in Fantastisch Strijdtoneel II).


Deel 1

 

De stoffige schaduwen van de Kloof van Ghythan trokken zich terug, toen Qu’Mar het pad verder af liep. De scherpe stenen werden overdekt met bloemrijk gras en al snel wandelde hij door de nette hagen van de Tuinen van Cyaan. Hij glimlachte weemoedig. Hij was lang niet in Varhaj geweest en hij zag een beetje op tegen de confrontatie met Cyaan.

Een kreet sneed door het ruisen van de beplanting. Fronsend keek hij om zich heen. De geur van smeulend loof en roosterend hout kringelde door de lucht die fris en schoon had moeten zijn. Meer kreten en zwarte rookwolken waaiden uit de richting van de Monsterpoort van de Tuinen. Qu’Mar greep de banden van zijn rugzak en begon te rennen, in de richting van de commotie. Zijn ademhaling reguleerde hij bijna onbewust: vier stappen in, vier stappen uit. Zijn geest staalde hij, met snelle en strakke observaties. De Monsterpoort was de doorgang naar de wilde landen van de gherehnin, de moorddadige zwijnenruiters, die al vele Spinmeisels omgehakt en Tuinen verwoest hadden. De Tuinen werden beschermd door ondoordringbare muren van stekels en kronkelbomen, bewaakt door halfmeisels en de door Qu’Mar opgeleide krijgers van Cyaans stam. Maar de rook wees op vuur en daarvoor was de verdediging kwetsbaar.

Qu’Mars lijf was klaar voor de strijd toen hij de laatste bocht voor de Monsterpoort omsloeg. Hij remde en wierp zijn armen voor zijn gezicht in een afwerende beweging, toen een woestende vuurstraal op hem afschoot. Dwars door het vuur heen nam hij een duik en hij rolde over zijn rugzak heen. Terwijl hij overeind sprong wierp hij de tas af en sprong weer opzij. Ternauwernood ontweek hij een nieuwe vlammenzee.

De gherehnin hadden toch niet een draak naar Varhaj gehaald? Dat zou alleen een extreem machtige tovenaar voor elkaar hebben kunnen krijgen.

Qu’Mar dook een zijgang in, om nog een vuurstraal te ontwijken. Uit zijn ooghoek had hij uit elkaar geknapte halfmeisels van Cyaan bij de smeulende poort zien liggen. De brandvlagen leken van de rug van een monsterlijk grote meiselkiem te komen. Maar zelfs Spinmeisels in hun volwassen glorie hadden geen talent voor vuurspuwen. Ze hadden doorgaans zelfs een afkeer van vuurmagie. Qu’Mar rende dieper de laantjes van de Tuinen in, in een omtrekkende beweging. Terwijl hij rende klopte hij zwarte vlokken as van zich af. Tot zijn schrik merkte hij dat zijn sik een beetje geschroeid was. Dit was geen magie.

Achter hem hoorde hij gegrom en gesnuif. Zwijnenruiters drongen de Tuinen binnen.

“Qu’Mar!” Hij draaide zich om, zijn handen instinctief geheven in een gevechtshouding. Achter hem was Setar verschenen, één van de krijgers van Cyaan. Zijn kleren en die van zijn medestrijders, die uit andere zijgangen tevoorschijn stapten, waren geschroeid en ze zaten onder de blaren, maar verder leken ze in orde.

“Wat valt jullie aan?” vroeg Qu’Mar, voor hij terugdraaide. De zwijnen en hun bereiders werkten zich langzaam en behoedzaam hun kant op door de doolhof van hagen.

“Gherehnin van de Bottenbijters horde.”

“En het vuur? Het is geen draak of Chymaera.”

Setar schudde zijn hoofd, terwijl hij wenkte dat ze verder terug moesten trekken. “Geen idee wat het is. De hordemeester rijdt op een halfmeisel en hij heeft een soort hoorn van metaal voor zich aan de meisel gebonden.”

Qu’Mars mond viel open. Een vuurbek van Jinaigarh, dat moest wel. Hij had legenden gehoord over dat gevreesde wapen van de Jinai, uit de tijd voordat ze hun wapens neergelegd hadden. De beschermers van de Tuinen  zouden niet bestand zijn tegen het verwoestende vuur van dit verschrikkelijke wapen. Zelfs Cyaan zou het onderspit kunnen delven.

“Cirkel terug naar de centrale laan,” beval Qu’Mar. “Ik schakel de hordemeester en de vuurbek uit. Direct daarna moeten jullie de rest van de horde aanvallen en ze de Monsterpoort weer uitdrijven.”

Setar en de anderen knikten en verdwenen uit zicht. Qu’Mar haalde een paar keer diep adem. Hij voelde een paar steken van waar de vuurbek hem verbrand had. Dit was veel gevaarlijker dan het confronteren van een lavamonster en bijna zo erg als het opnemen tegen een draak. Snel klom hij in een boom in het midden van een perk gluurtuilen en keek uit over de Tuinen. Zwaarbewapende gherehnin op zwarte reuzenzwijnen of roodgeschilderde halfmeisels werkten zich een weg door de lanen, op zoek naar verdedigers. Nog midden op de laan torende de hordemeester op zijn monsterlijke halfmeisel boven een aantal zwijnenruiters uit. Zijn meisel was getooid met een leren pantser, waar de symbolen van de Bottenbijters op stonden. De zetel van de meester was getimmerd van stekelige takken en in een staketsel van hout en lianen lag de vuurbek. Het roestige metaal was gestempeld met oeroude magische symbolen. In drie glazen bollen borrelden de bestanddelen van het vuur, dat uitgebraakt kon worden uit de roodgloeiende, als een lelie gevormde muil van het antieke Jinai wapen.

Diep nadenkend draaide Qu’Mar aan een punt van zijn sik. Hij vertrok zijn gezicht toen verschroeide haren in zijn vingers knisperden en verkruimelden. Een rechtstreekse aanval zou te gevaarlijk zijn. Hij moest proberen achter de vuurbek te komen. Maar dan moest hij via de verwoeste Monsterpoort, waar de horde zich aan het verzamelen was om de Tuinen onder de voet te lopen.

Hij kraakte zijn knokkels en maakte zich op voor het gevecht.

 

De gevolgen van dit deel zijn morgen te zien op Fanatic in Zwolle! Drie workshops en een fotosessie met Qu’Mar, gratis en voor niets! We zien jullie daar.

 

Eén reactie op “Vuur in de Tuinen van Cyaan (1)”

  1. […] de perikelen in Varhaj (zie Vuur in de Tuinen van Cyaan) wist Qu’Mar op tijd en redelijk ongeschonden in Zwolle te geraken. Op het programma stonden […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *